Hart & Bloedvaten

Het bloedvatenstelsel of de bloedsomloop bij de mens is het gesloten systeem van vaten waardoor bloed stroomt. Er zijn 2 bloedsomlopen, de kleine en de grote. De vaten verbinden het hart en de organen en zorgen voor de aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen en voor de afvoer van afvalstoffen zoals koolstofdioxide. Ook zorgt de bloedsomloop voor circulatie van hormonen, afweerstoffen en warmte.

Met vaatstelsel wordt het geheel van bloedvaten in het menselijk lichaam aangeduid. Dit stelsel is opgedeeld in de aanvoerende slagaders(arterieel stelsel) en de afvoerende aders (veneus stelsel). De grootste hoeveelheid bloed bevindt zich in de aderen (venen). Binnen het veneuze stelsel heerst een relatief lage bloeddruk. In de slagaders of arteriën bevindt zich maar een relatief klein deel van het bloed maar hier heerst een hoge druk. Dit is de reden waarom bij een slagaderlijke bloeding ook vrij snel een hoog bloedverlies optreedt en de levensbedreigende situatie shock kan optreden.

Hart- en vaatziekten is een verzamelnaam van een aantal aandoeningen. Sommigen zijn onschuldig, andere levensbedreigend.

Het meest bekend zijn de aandoeningen waarbij de bloedtoevoer naar het hart niet goed is, maar er zijn nog meer hart- en vaatziekten. Hart- en vaatziekten zijn doodsoorzaak nummer één bij vrouwen en doodsoorzaak nummer twee bij mannen in Nederland. Veertig procent van alle sterfgevallen wordt veroorzaakt door aandoeningen aan hart en bloedvaten.

Risicofactoren

Hart- en vaatziekten hebben veel te maken met de manier van leven. Risicofactoren voor hart- en vaatziekten zijn onder andere roken, te weinig beweging, ongezonde voeding, een te hoge bloeddruk en stress. Soms spelen ook erfelijke factoren, zoals een hoog cholesterolgehalte, een rol.

Preventie

Het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten kan verkleind worden door te stoppen met roken, gezond te eten en voldoende bewegen. Daarnaast is het belangrijk stress zoveel mogelijk te vermijden en te streven naar een gezond lichaamsgewicht.

Voeding en hart- en vaatziekten

Er is een verband tussen voeding en hart- en vaatziekten. Een teveel aan verzadigde vetten bijvoorbeeld, verhoogt het cholesterolgehalte in het bloed en daarmee de kans op hart- en vaatproblemen.Natrium (zout) kan de bloeddruk verhogen. En een te hoge bloeddruk vergroot de kans op onder meer een beroerte. Dat zijn dus ongunstige invloeden.

Goede invloeden zijn er ook. Gezond eten verlaagt het cholesterolgehalte in het bloed en helpt daardoor de slagaders schoon te houden. Daarnaast houdt gezonde voeding (gevarieerd, en niet te veel) het lichaamsgewicht binnen de perken en kan het een hoge bloeddruk helpen voorkomen.

Vitamines, mineralen en hart- en vaatziekten

Vitamines kunnen ook een positieve bijdrage leveren aan de preventie van hart- en vaatziekten.

Zo is er een belangrijke relatie tussen de B-vitamines en hart- en vaatziekten. B-vitamines verlagen het homocysteïnegehalte in het bloed. Homocysteïne is een stof die ontstaat bij de stofwisseling van eiwitten. Een verhoogd homocysteïnegehalte in het bloed is een risicofactor voor hart- en vaatziekten en beroertes. Hoe homocysteïne leidt tot hart- en vaatziekten is nog niet duidelijk. Foliumzuur (vitamine B11)  verlaagt het homocysteïnegehalte met gemiddeld 25%, een extra dosis vitamine B12 (0,5 mg per dag) zorgt voor een extra daling van 7%. Vitamine B6 speelt eveneens een rol, zij het in iets mindere mate.

Ook de antioxidant-vitamines bèta-caroteen, vitamine E en vitamine C worden vaak in verband gebracht met het verlagen van het risico op hart- en vaatziekten. Maar onderzoeken op dit gebied geven veel verschillende resultaten.

Voorheen werd aangenomen dat er een verband was tussen de hoeveelheid ijzer in het lichaam en het risico op hart- en vaatziekten. Uit meer recent en betrouwbaarder onderzoek blijkt geen verband tussen de hoeveelheid ijzer in de voeding, de ijzervoorraad in het lichaam en hart- en vaatziekten. Wel zijn er enige aanwijzingen dat een hogere consumptie van producten met heemijzer het risico op hart- en vaatziekten vergroot. Echt bewijs hiervoor is echter nog niet geleverd.

Uit onderzoek blijkt extra calcium (1000-2000 milligram per dag) bij personen met een hoge bloeddruk, de bovendruk iets te verlagen. Voor magnesium is een effect op de bloeddruk niet bewezen.