Mineralen

Mineralen zijn net als vitamines stoffen die in kleine hoeveelheden voorkomen in eten en drinken. Ze zijn onmisbaar voor een goede gezondheid en normale groei en ontwikkeling. Ze leveren geen energie.

De meeste mineralen krijg je binnen via eten en drinken. In Nederland zijn er groepen waarbij de voorziening van bepaalde mineralen extra aandacht vraagt, zoals voor ijzer bij vrouwen die veel bloed verliezen tijdens de menstruatie, jongeren, en zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven. Dit geldt ook voor personen die weinig of geen dierlijke producten, zoals vegetariërs en veganisten.
Voor mensen die afvallen, of langdurig medicijnen gebruiken, kan aanvulling met mineralen/spoorelementen wenselijk zijn.

Dit zijn mineralen: 

calcium,

chloor,

fosfor,

kalium,

natrium

en magnesium.

Daarnaast bestaan er spoorelementen: mineralen waarvan het lichaam maar heel weinig nodig heeft.

Dat zijn:

chroom,

fluoride,

ijzer,

jodium,

koper,

mangaan,

molybdeen,

seleen

en zink.

Opname

Het lichaam neemt mineralen en spoorelementen, zoals calcium, koper, jodium en selenium goed op, afhankelijk van de vorm waarin ze aanwezig zijn Hoeveel het lichaam opneemt, hangt onder andere af van de oplosbaarheid in de darm, en van de voedingssamenstelling.

De opname kan worden beperkt in combinatie met oxaalzuur uit rabarber, fytinezuur uit granen en peulvruchten en polyfenolen uit thee en koffie. Dat geldt vooral voor ijzer, zink, mangaan en chroom. De opname van ijzer uit plantaardige bronnen worden bevorderd door vitamine C. IJzer uit vlees is vooral heemijzer en dat is goed beschikbaar.

De opname van calcium is afhankelijk van de vitamine D voorziening in het lichaam.

In langetermijnonderzoek blijkt de invloed van andere voedingsstoffen op de opname van mineralen niet of nauwelijks aantoonbaar. Waarschijnlijk komt dat doordat een gevarieerd eetpatroon zowel stoffen bevat die de opname bevorderen als stoffen die deze remmen. Ook is bij het schatten van de gemiddelde behoefte al rekening gehouden met de gemiddelde opname uit de darm op basis van de gemiddelde samenstelling van de in Nederland gebruikelijke voeding.

Voor groepen waar de ijzervoorziening krap kan zijn, zoals bij vrouwen en jongvolwassenen die geen of weinig vlees eten, wordt geadviseerd bij het eten iets met vitamine C te nemen, bijvoorbeeld groente of fruit. Vitamine C bevordert de ijzeropname uit eten en drinken.